Hans van Duyn

Home    Kunstenaar    Expositie   Atelier    Collectie

 

Interview Hans van Duyn, schilder in Noordwijk

Het vuurtorenplein ligt onder een grijze lucht, hier en daar onderbreken zonneslierten de jagende wolken. Z’n atelier ligt in een hoek van het plein. Rechts voor de winkelpui staan twee menshoge patatzakken op het plein. Het doet allemaal Oost-Europees aan. Een plek die alleen goed voelt in de zomer maar die in de aankomende winter koud en eenzaam aandoet. Hans heeft net zijn boterhammen uitgestald: ‘ Koffie?’ vraagt hij.  

Hans was 19 toen hij naar de lerarenopleiding ging: handvaardigheid en tekenen. Daarna gelijk doorgegaan naar de kunstacademie. Nu is hij 45. Altijd met kunst bezig geweest. Sinds maart pas bij de Kunstkring Duin- en Bollenstreek. ‘ Waarom er pas bij?’.

Hans vult de winkel, duidelijk iemand die van het woord houdt, hij praat door, is gelijk bezig om me naar zijn schilderijen te praten, het moet ergens over gaan.

‘Ik ben altijd heel geïsoleerd bezig geweest in een flat en in een garage werkend.’ start hij zijn verhaal. ‘Wel heb ik altijd geëxposeerd bij Bertram in de Zeestraat. Samen met Henny Bal. Hij is al rond de 90 en altijd nog bezig, elke dag naar z’n atelier.  Gek, altijd ditzelfde kanaal, maar ik kan het zo goed vinden met de eigenaar Wim Bertram. Ons werk sluit heel mooi op elkaar aan. Kun je zien op de website; www.vanduynkunst.nl Natuurlijk ook wel in al die jaren in andere galeries. Afgestudeerd op etsen en illustratief, daarna helemaal op het schilderen overgegaan. Esten nog lang gedaan maar ik wil toch direct zien wat er gebeurt, en daardoor bleef m’n liefde altijd bij het schilderen. Toen ik klaar was met de kunstacademie heb ik me heel erg verdiept in het maken van verf, de procédés daarvoor. Ik wilde weten wat ik erop smeer als ik schilder, dat je je product kent. Dus dammervernis, harskorrels, olie en dan de eigenschappen, want het moet natuurlijk duurzaam zijn. Het ging me erom, om vanuit het materiaal te werken, zelf verf te maken, ik nam een jaar verlof, maar ik werkte in een kleine ruimte en dag in dag uit stond ik in de lucht van liters terpentijn. Je hersenen losten als het ware langzaam op.                     

Ik ben altijd al heel erg vergeetachtig geweest en begon me dan ook af te vragen of het er toch niet mee te maken had. Tegelijkertijd heb ik ook een Russische  icoon gekocht en ben me in de betekenis en de techniek hiervan gaan verdiepen. Met tempera kon ik op waterbasis via ei en olie transparant werken.’ Hier stopt het verhaal, maar ik weet dat dit voor even is, Hans wil iets delen, vertellen over wat hij te zeggen heeft, terwijl hij de koffie verzorgt kijk ik naar de kunstwerken. Ze zijn groot en ogen zwaar, geen figuratief werk maar abstract en met een in het oog springende kracht: de compositie is zodanig dat niets afleidt, je ziet het hele schilderij, terwijl dit me nu voor het eerst opvalt raak ik nieuwsgierig naar het geheim van de betovering, die zijn schilderijen op een mens hebben.   

‘Kun je ervan leven?’ Hans hoeft niet lang na te denken en vervolgt: ‘Kunst is heel moeilijk, kom je in het galeriegebied dan moet je ook nog 50% afdragen. Ik vind het prettig om met anderen om te gaan en alleen maar kunstenaar te zijn zou ook tot eenzaamheid leiden. Vandaar dat ik de combinatie met het geven van onderwijs voor drie dagen in de week ook leuk vindt .Toch blijft die vraag altijd wel spelen: Wanneer wordt je kunstenaar voor 5 dagen? Maar zeker weet ik dat ik altijd m’n lasten wil kunnen betalen en kosten van verf etc.

Dus deze manier bevalt me wel: de helft van de week kunstenaar en de helft van de week lesgeven. Ik wil je nog iets vertellen over iconen’ vervolgt Hans zijn monoloog.

‘Een icoon weerspiegelt het goddelijke  via schema’s. De dagelijkse werkelijkheid is plat, die doet er niet toe. Ze zijn altijd vanuit omgekeerd perspectief. Bij perspectief ga je naar een verdwijnpunt, bij iconen is het net andersom. Het beeld komt naar je toe, het gaat om de laag erachter, bijna zoals ook Mondriaan dit doet. De meeste mensen zien dat aan een icoon niet af terwijl een goede icoon een heel diepe lading heeft; bijvoorbeeld door kleurintensiteit, door warmte, hij moet troost uitstralen’. Maar vervolgt hij bijna teleurgesteld: ‘Het is een manier van denken die wij bijna niet meer kunnen bevatten’. Ineens toont Hans een werk van zijn hand: ‘ Kijk eens wat een gloed erin zit. Ik gebruik iets van die religieuze elementen in m’n werk. Ik probeer in ieder geval die intensiteit op te roepen. Bij Iconen gaat het om religie en bij mij gaat het om elementen die ik meegemaakt heb, architectuur, archeologie, tijdloosheid en vergankelijkheid’. We kijken naar een langwerpig kunstwerk, heel transparant, waar elementen van vergankelijkheid in te zien zijn. Geweldig hoe doeken gaan leven met het verhaal van de kunstenaar.

Weer zo’n kenmerkende opmerking terwijl hij op een doek wijst: ‘Kijk, dingen zijn te in m’n doeken te herleiden, maar als het te herkenbaar wordt dan haal ik het meestal weg. Dus wel een rode gloed van de opgaande zon als kleur en impressie ergens in het schilderij maar geen herkenbaar iets. Het gaat om het schilderij en het mag niet afleiden’. Hans heeft een gedegen achtergrond: hij heeft illustratief gestudeerd op de kunstacademie. ‘ Je moet de basis wel beheersen’, zegt hij. ‘ Het is onzin om te denken dat abstract makkelijker is. Je moet de ondergrond hebben. Het komt terug op verhoudingen….. Een goed abstract moet aan dezelfde criteria voldoen als een klassiek schilderij! We gaan naar het huidige werk: Ze worden op paneel gezet (15 kg zwaar!), linnen wordt erop geplakt, zand….

Er komen klanten binnen . De mensen zijn onder de indruk, blijven kijken, ze hebben een ander huis gekocht. Hans overlegt als een volleerd verkoper: ‘U kunt ook een schilderij meenemen en dan kunnen we eens kijken.’ De klant: ‘de muur is lang, de verhoudingen zijn dan erg belangrijk’. Hans koppelt weer snel naar Bertram: ‘U kunt daar ook kijken dan ziet u wat mogelijk is, zeker als u een muur heeft van 8 meter, dan passen daar ook grote doeken op.’  

Weer verder over zijn werk. Hans wil transparant werken en contact met de ondergrond houden. Ook dat is belangrijk in zijn werk. Hij vertelt verder over een materiaal dat hij graag gebruikt in zijn werk: champagnekrijt met gemalen steen en beenderlijm en een klein beetje lijnolie. Dit is dan de ondergrond. Die moet je hebben want hierdoor krijg je een goede hechting en als je het schuurt krijg je een ivoorachtig effect. De diepe gloed krijg je uiteindelijk door er standolie over te smeren, soms duurt het droogproces dan een half jaar.

Hans is het meest beïnvloed door de natuur, archeologie; opgravingen.

Hij gaat vanuit het materiaal zelf aan het werk Op een gegeven moment ontstaat er iets wat hem pakt en waar hij op verder gaat. De Kunstkring is voor hem een prima ingang: ‘Ze zijn actief, met tentoonstellingen prima, ik ben er blij mee.’

Terwijl ik me naar de deur beweeg en Hans me nog op het hart drukt dat ik goed moet beschrijven hoe verf gemaakt wordt, vertelt hij langs zijn neus weg dat een van zijn klanten pas binnenkwam.

Die vertelde dat hij twaalf jaar geleden een schilderij van Hans kocht en het nog elke ochtend hij met veel plezier ontmoet, letterlijk, want hij gaat er elke morgen voorstaan.

Terwijl ik schuin het plein oversteek, denk ik aan deze bijzondere ontmoeting. Ik kijk nog eens om, wat een talent, wat een verhaal, wat een passie. Opeens lijkt het plein ook fleuriger, terwijl de sombere luchten en de levensgrote patatzakken niet anders zijn.

Misschien dat kunst er toch echt toe doet?  

Frans van Efferink

 


Atelieradres: Vuurtorenplein 19 2202 PC Noordwijk  tel: 071-3620023 - 06-43951851